Over Schermen

Wat is schermen?

Schermen is vanuit de historie gezien een sierlijke, snelle en tactische vechtsport, waarbij de lichamelijke kracht niet voorop staat. De bedoeling is de tegenstander te treffen zonder zelf getroffen te worden. Er wordt geschermd op drie verschillende wapens, namelijk: floret, degen en sabel. De treffers bij floret en degen kunnen elektrisch worden geregistreerd; sabel daarentegen wordt gejureerd door een hoofdscheidsrechter met 4 secondanten. De ontwikkelingen gaan echter ook in de richting van elektrisch sabelschermen.

De ideale sport!

Schermen is een zeer veelzijdige sport, waarbij het hele lichaam intensief wordt gebruikt. Tijdens het gevecht moet de schermer zijn tegenstander te slim af zijn. Dit kan door subtiele schijnbewegingen of door onverwachte aanvallen.
Een goede aanval is van essentieel belang. Hiermee moeten de treffers worden gemaakt. Naast de aandacht voor zijn eigen aanval moet de schermer voortdurend op zijn hoede zijn voor de listen van de tegenstander. Dit vereist concentratie, inzicht, reactievermogen en beweeglijkheid. Als men een aanval van de tegenstander heeft afgeslagen, heeft men het recht om deze te beantwoorden, Zo ontstaat een flitsende, spannende strijd.
Bij het schermen wordt niet hard met de wapens geslagen. Het is de kunst om het wapen zo te leren beheersen, dat met kleine, snelle bewegingen treffers kunnen worden gemaakt.
Slimheid, snelheid, reactievermogen, durf, handigheid, sierlijkheid en sportiviteit. Dit alles kun je op de schermtrainingen ontwikkelen
Iedereen kon schermen. Dames, heren, jongens, meisjes, jong en oud kunnen samen in het strijdperk treden. De mogelijkheid om je tegenstander door een goede actie te slim af te zijn, maakt het schermen tot een boeiende en bevredigende sport. Daarom is schermen een sport die je moet doen!
En… wat ook heel belangrijk is: schermen is geen dure sport, zoals zo vaak wordt gedacht.

Geschiedenis

Schermen is nu een sport, maar vroeger was schermen vooral bij de elite, een pure noodzaak om te overleven. De sport is in de loop van de eeuwen niet veel veranderd. Door de uitvinding van het buskruit in de late Middeleeuwen werd de waarde van het vechten met steek- en slagwapens sterk verminderd, kogels zijn immers veel sneller dan een zwaard… Toch vond men het schermen zo belangrijk dat het tot een echte sport werd verheven.
Een aardig detail is dat er, ver voor de Middeleeuwen, met name rond 1200 voor Christus, door de mensen in Egypte al werd geschermd. Tekeningen in de tempel van Maclinet Habu laten zien dat het om sportbeoefening ging. Maar of de voorschriften toen net zo nauwkeurig werden nageleefd als nu lijkt haast ondenkbaar. Naast echte gevechten in een grotere groep en sportbeoefening is het schermen lange tijd in gebruik geweest om door middel van een duel de aangetaste eer te herstellen. Een duel was een gevecht van man tegen man. In sommige landen werd door middel van een duel recht gesproken, het zogenaamde ‘Godsoordeel’. Schermen zo als we het nu kennen is één van de oudste sporten en maakt al sinds 1896 deel uit van het Olympische programma.

Organisatie

In Nederland worden de belangen van de schermsport behartigd door de Koninklijke Nederlandse Algemene Schermbond (K.N.A.S.), waarbij zon 70 verenigingen zijn aangesloten. Er zijn vijf districten, waarbinnen regelmatig regionale schermactiviteiten worden ontplooid. Daarnaast wordtop nationaal en internationaal niveau een groot aantal toernooien georganiseerd Ook voor de jeugd- en recreatieschermers is er genoeg te doen.  Bij de verenigingen wordt in speciale trainingen voor jeugd en volwassenen de basis gelegd voor het partijschermen. In een gevarieerd programma komen, onder leiding van een gediplomeerd trainer, de ‘maître’, alle aspecten van de schermsport aan de orde. Het benodigde materiaal wordt de eerste maanden meestal gratis door de verenigingen ter beschikking gesteld, zodat in deze tijd geleidelijk een eigen uitrusting kon worden aangeschaft. Aan de wedstrijdkleding worden zeer strenge veiligheidseisen gesteld. Ongelukken zijn vrijwel uitgesloten.

De geschiedenis van het schermen

De eerste vechters met zwaarden die deze wapens in vredestijd als attractie en vermaak hanteerden waren de Egyptenaren, zo ongeveer 2500 jaar voor Chr. Het meer bekende vroege voorbeeld zijn de gladiatoren. Bij de Etrusken, die in de oudheid leefden in Italië, was het gebruikelijk dat bij de begrafenis van een belangrijk man een schijngevecht werd gehouden door gewapende gemaskerde mannen. Zij beelden er het gevecht mee uit van demonen en geesten om de ziel van de gestorvene. In de Romeinse tijd werd dit ritueel steeds meer een volksvermaak en waren de gevechten op leven en dood. De gladiator dankt zijn naam aan het gebruik van de gladius. Dit was het korte romeinse steekzwaard.

Zwaarden behoren tot de eerste echte wapens, die niet in eerste instantie voor jacht of andere toepassingen werden gemaakt. De oudste zwaarden ter wereld zijn van koper. Deze zijn gevonden in Turkije, en stammen uit 3300 v.Chr. In Europa ontstonden zwaarden pas in de bronstijd. Dit waren aanvankelijk verlengde bronzen dolken, die als steekwapens werden gebruikt. Het oudste zwaard in Nederland stamt uit 1700 v.Chr., en is gevonden in het graf van de Hoofdman van Drouwen.

Later in de bronstijd veranderde de vorm van het zwaard, waardoor het zowel als slag- als als steekwapen gebruikt kon worden (zie voorbeeld in de foto boven). Er wordt wel vermoed dat de golf van vernietiging die zich in de tijd van de brandcatastrofe rond 1180 v.Chr. over de steden van het oostelijke Middellandse Zeegebied verspreidde te maken had met een meer op het zwaard gebaseerde vorm van oorlogsvoering. Met de introductie van het ijzer in de ijzertijd (ca. 800-12 voor Chr), niet lang daarna  werden zwaarden ook van ijzer gemaakt. In tegenstelling tot brons, dat in vorm gegoten werd, werden ‘ijzeren’ zwaarden in vorm gesmeed. De eerste ijzeren zwaarden hadden dezelfde vorm als de bronzen zwaarden. Het ijzeren zwaard was aanvankelijk nauwelijks beter, vaak zelfs slechter van kwaliteit. Later in de ijzertijd kregen zwaarden een lange, rechte kling. Dit waren de zogenaamde spatha’s, ook wel gezien als ruiterzwaarden. Dit type zwaard bleef tot ver in de Middeleeuwen in gebruik. De Romeinen gebruikten naast de spatha ook de gladius, een kort en breed steekzwaard.

Gladius

Ridders

Tot aan de late middeleeuwen bleef het dragen en gebruiken van het zwaard een zaak van militairen en edelen. Het zwaard onderscheidde de edelman van de gewone burger. Duels buiten oorlogshandelingen om kwamen voor in de vorm van riddertoernooien en tribunale duels. Bij deze vorm van duelleren zou de wil van God de uitkomst en dus de gerechtigheid bepalen. Een bekend voorbeeld hiervan is te lezen in het verhaal Ivanhoe.

Zwaarden na de Middeleeuwen kregen een nog meer effectieve bescherming van de hand, die de hele hand bedekte. Dit waren de zogenaamde sabels, zwaarden met een dunne gekromde en eenzijdige kling. Het zwaard is nog eeuwen lang naast vuurwapens gebruikt, maar werd uiteindelijk volledig vervangen als wapen. In het leger heeft het nu alleen nog een symbolische betekenis.

De nieuwe adel

Rond 1450 ontstond er een nieuwe hoge klasse, die net zoveel en soms meer macht verwierf dan de echte adel. Dit had te maken met de opkomst van Gilden. Steden en stadsbesturen kregen steeds meer macht. Deze nieuwe edelen wilden zich net zo onderscheiden als de adel tot dan gedaan had. Het werd steeds gebruikelijker om een zwaard te dragen. Ook in het dagelijks leven. In de begindagen leek het zwaard erg op een militair zwaard, maar het werd allengs een meer sierlijke en gedecoreerd ornament van een man van stand. Het kreeg de naam rapier.

In de schermschool van de late middeleeuwen leerde men omgaan met allerlei wapens. De groei van het aantal zwaarddragende personen deed de vraag naar zwaardvechtlessen sterk stijgen.

In Spanje wordt een eerste gesystematiseerde manier van zwaardvechten geleerd. Dit was een vrij defensieve manier van vechten, die er uit bestond de wild aanvallende tegenstander met een uitgestrekte gewapende arm in de punt te laten lopen door op een toreroachtige manier voor hem opzij te stappen. Deze stappen werden vanuit een geometrisch schema aangeleerd.

Italiaanse meesters

Het Spaanse zwaardvechten was buiten Spanje echter niet erg populair. Dit gold niet voor de ontwikkelingen in Italië. De bakermat van de Renaissance mag tevens gezien worden als die van het schermen.

Aan het begin van de 16e eeuw werden diverse boeken uitgebracht over het gebruik van het blanke wapen.

Deze werden geschreven door Italiaanse meesters als Marozzo, Agrippa en Capoferro

De Italiaanse stijl van schermen ging de trend van duelleren bepalen in geheel Europa. Er ontstond dankzij de publicaties een algemeen geaccepteerde duelleercode. Het duelleren werd steeds gebruikelijker onder de hoge klasse. Een man moest zich kunnen beschermen om te kunnen overleven. Zwaardvechten in vredestijd werd

schermen genoemd. Als een jongeheer schermles nam, leerde hij omgaan met de rapier in combinatie met wat hij verder nog bij zich zou kunnen dragen zoals een vuistschild, dolk of mantel.

Een bloedige gekte

Het duelleren werd hoe langer hoe meer een gekte en bereikte haar hoogtepunt zo rond 1600. Naar schatting zijn er tussen de jaren 1590 en 1610 in Frankrijk alleen al rond de 4000 heren van stand “over de kling gejaagd “.( elke dag bijna 6 personen gedurende 20 jaar!)

Schermers waren tot in de beginjaren van de 17e eeuw gewoon om vanuit passen slagen en steken te maken. Inmiddels groeide het gebruik om zijwaarts of voorwaarts uit te stappen. Dit werd de uitval genoemd. In 1610 publiceerde Capoferro de Gran Simolacro, een boek over schermen. Hij stond een stijl van schermen voor waarbij de schermers meer op één lijn bewegen. Hij legde de nadruk op snelheid van handeling en tempowisseling. Deze stijl vond algemene navolging, net als het schermen met alleen de rapier.

De duelmanie en de evolutie voor het schermen

Het Concilie van Trente zal in 1563 het duel veroordelen, maar niet doen verdwijnen. Integendeel. Hoe meer de duels verboden werden des te meer werden er uitgevochten.

Met het veranderen van de mode aan het Franse Hof kwamen lichte degens in zwang: “l épée de court” of hofdegen. Hij kreeg twee snijkanten om te voorkomen dat men hem met de hand kon vastgrijpen. Men gebruikte een driehoekig lemmet dat lichtjes werd uitgehold om hem lichter te maken en men wijzigde de oude vorm van de greep.

De grotere snelheid van dit lichtere wapen maakte het lesgeven voor de schermleraar veel gevaarlijker. Men maakte daarom, als gevolg van de nog steeds toenemende manie voor het duel, een nieuw korter en lichter oefenwapen. Dit oefenwapen heeft een bolletje op de punt gelijkend op een bloem; vandaar de naam “le fleuret” of “het floret”. Het floret had een korte vierkante greep en deed een schermtechniek ontstaan die niet meer tot doel had om de tegenstander te kwetsen. Men mocht de tegenstander slechts licht beroeren om de kledij niet te beschadigen. Deze revolutionaire Franse schermmethode geeft vanaf de 18de eeuw de toon aan in heel Europa.

Rond 1630 werd  de aandacht van Italië naar Frankrijk verlegd. We zijn nu in de pruikentijd. De Fransen hebben tevens het schermen veranderd. De bewegingen, die de Franse schermmeesters leerden, waren meer afgepast en er werd nauwelijks nog geslagen met de rapier. Dit wapen onderging ook een verandering. Het werd korter en had eigenlijk alleen nog een scherpe punt die met het grootste gemak iemand doorboorde zodat die ”hartsteken (hartstikke) dood was “ Het kreeg de naam korte degen.

Hiernaast drie gevesten van korte degens uit de 17e eeuw die toen  in het grootste gedeelte van Europa in gebruik kwamen. Daarnaast de rapier met de linkerhanddolk (main-gauche) die in Italië en Spanje nog enige tijd in gebruik bleef.

Met de Franse Revolutie in 1789 werd de beroemde Compagnie des maîtres en fait d’armes ontbonden en werd de wapendracht verboden. Het was La Boëssière die in 1780 het schermmasker uitvond. Het schermen kan nu veilig gebeuren en kent zijn start als sport.

De meeste duels werden voortaan met het pistool uitgevochten, en dat bleek nog veel dodelijker. De literatuur, met Alexandre Dumas op kop plaatst het duel terug in een romantisch heroïsch daglicht. Les trois Mousquetaires, Le Bossu, Le Fils de Lagardère, Le Fils de D’Artagnan, Cyrano de Bergerac, allemaal geschreven om en rond 1850.

Aan de Duitse Universiteiten werd het duel als een erezaak tot in 1945 in stand gehouden. Dit is een duel met aangepaste kledij die het lichaam met een zwaar lederen kostuum beschermd en de ogen met een stalen bril. Het doel is een litteken in het gezicht te kunnen tonen als blijk van grote moed.

Etiket en gedragscodes

Het hoofse leven van de Franse tijd stond stijf van de etiquette en de formaliteiten. In deze tijd werd bedacht dat, voordat men elkaar overhoop ging steken, het opportuun was eerst even beleefd te groeten. Deze schermgroet bestaat nog steeds.

Het duelleren met degens tot de dood nam in populariteit af mede door de opkomst van het dan steeds preciezere pistool. Aan het eind van de 18e eeuw raakte ook het dragen van een degen uit de mode.

De academie

Het schermen werd wel voortgezet maar dan als opvoedkundige en recreatieve beschaafde bezigheid. Men droeg maskers en er werd geoefend met floretten, die licht waren en voorzien waren van een dopje om ernstige verwondingen te voorkomen. Men leerde schermen in schermacademies en de schermles werd zeer belangrijk geacht voor een man van stand. Het schermen verloor steeds meer aan realiteitswaarde voor het”duel tot de dood “. Het duel om de eer op deze wijze te redden was een zeldzaam en streng verboden fenomeen geworden in de 19e eeuw. De tweestrijd zelf duurde tot het eerste bloed vloeide en had, anders dan in de hoogtijdagen van het duel, zelden nog een dodelijke afloop. Het schermen was definitief een spel met degens geworden.

Het ontstaan van het schermen als sport

Wapenzalen komen in de 19de eeuw erg in trek. Het werden clubs die onderlinge vriendschappelijke ontmoetingen inrichtten. Van echte competities is er nog geen sprake.

Als de Franse baron Pierre de Coubertin (1863-1937) in 1896 de moderne Olympische Spelen inricht in Athene is schermen erbij. Het schermprogramma dat aanvankelijk slechts bestond uit individuele floret- en sabelwedstrijden, werd in de loop van de volgende olympiaden voortdurend gewijzigd. De huidige disciplines, floret, degen- en sabelschermen per landenploeg of individueel, werden voor het eerst geprogrammeerd te Antwerpen in 1920, uitsluitend voor heren wel te verstaan. Hoewel de florettistes in 1924 voor een Olympische primeur zorgden, bleven de degenschermsters buiten spel tot in Atlanta (1996). Op de Olympische spelen van Athene in 2004 traden de dames voor het eerst aan op sabel.

Op de Spelen van 1912 te Stockholm, werd het schermen bovendien onderdeel van de moderne vijfkamp die, naar de wens van Coubertin, de soldateske disciplines zwemmen, hardlopen, paardrijden, pistoolschieten en schermen tot één sport verenigde. Als meest ideale combinatie van ridderlijke sporten zag de Coubertin nochtans l’escrime équestre. Zijn vurige verlangen om het paardrijden en et schermen te verenigen tot één Olympische sport bleef echter onvervuld.

De doorbraak van het schermen als sport valt samen met het begin van de 20ste eeuw. Deze doorbraak geeft ook uiting aan de eigenheid van de drie wapens.

De degen heeft zijn bestaansrecht verworven en wordt als duelwapen omgevormd tot sportwapen. Het floret beperkt zijn conventies en leunt dichter aan bij de realiteiten van het gevecht. Deze floretconventies worden in 1902 vastgelegd. In Hongarije wordt het sabelschermen als sport ontwikkeld. De sabel, het houw- en steekwapen, legt eveneens z’n regels vast en de beoefening ervan strekt zich uit tot West Europa.

De Fédération Internationale d’Escrime wordt bij besluit van een congres te Gent opgericht op 29 november 1913. Ze vestigt zich in Parijs. Zij richt de competities van de Wereldbeker in, waaruit een internationaal klassement van de beste schermers opgemaakt wordt. Ook de organisatie van de wereldkampioenschappen (vanaf 1937) en de Olympische Spelen is de verantwoordelijkheid van de F.I.E.

In 1840 neemt de beroemde Houdini een brevet op een elektrisch schermkostuum. In 1855 organiseert de Société d’escrime de Liège een wedstrijd op elektrisch degen. Pas in 1936 wordt het degenschermen elektrisch verplicht op wedstrijden. In 1955 volgt het floret, gebruik makend van de meer dan 100 jaar oude uitvinding van Houdini. Het elektrisch sabelschermen is er pas sinds 1989.

De voorrang (het recht van aanval)

Het voorrangsprincipe bij floret en sabel houdt in dat de eerste persoon die een goed uitgevoerde aanval inzet voorrang heeft. Eenvoudig uitgedrukt: als men wordt aangevallen, moet men zich eerst verdedigen vooraleer een tegenaanval in te zetten. Een aanval kan mislukken door pech, een slechte inschatting of door een actie van de tegenstander. Een goed uitgevoerde parade, (de aanval met het eigen wapen afweren) zorgt ervoor dat de voorrang overgaat naar de verdediger, die nu de gelegenheid heeft aan te vallen (riposte), en aldus de tegenaanvaller wordt. De oorspronkelijke aanvaller, nu verdediger, moet nu zelf de riposte van de tegenaanvaller afweren vooraleer zelf terug aan te vallen. Als de eerste parade niet effectief is (slechte parade), als de riposte mist, of als de verdediger aarzelt vooraleer te riposteren, kan de aanvaller verder aanvallen (remise of herneming).

Ook kan bij een aanval (op sabel althans) een voorhouw (of arrêt) worden gemaakt, waarbij veelal op de manchet van de tegenstander (het geldige (bovenste) deel van zijn handschoen) wordt gemikt. Deze moet echter wel voor de finale van de tegenstander hem raken (de finale is het einde van de aanval, waarbij de tegenstander daadwerkelijk probeert te raken), anders is de treffer niet geldig, en is de punt nog steeds voor de tegenstander.

Bij het moderne schermen wordt meestal elektrische trefferaanduiding gebruikt. In dat geval zullen beide schermers een treffer aanduiden wanneer ze elkaar raken binnen een bepaalde tijd. Op floret en sabel is het dan aan de scheidsrechter om te beslissen wie voorrang had in de actie, en dus het punt krijgt. Als de scheidsrechter die beslissing niet kan maken, wordt geen punt toegekend, en wordt het gevecht hervat van de plaats waar de schermers zich bevonden toen het gevecht werd stilgelegd. Dubbele treffers zijn alleen mogelijk op degen, maar daartoe moeten de schermers elkaar treffen binnen een zeer korte tijdsspanne. In dat geval krijgen beide schermers een punt.

Beschermende kledij

Moderne schermkledij is gemaakt van stevig katoen, nylon of kevlar. De volgende onderdelen worden verplicht gedragen ter bescherming van de schermer:

Een schermvest, Een ondervest  wordt gedragen onder het schermvest. Het ondervest heeft tot doel ongelukken te vermijden mocht de naad van het schermvest aan wapenzijde loskomen.

Eén handschoen aan de gewapende hand, om te vermijden dat een wapen in de mouw kan schieten (de manchet van de handschoen gaat over de mouw), en ter bescherming van de hand evenals voor een betere grip op het wapen.

Een schermbroek, tot net onder de knie.

Een paar schermkousen, tot net boven de knie.

Een masker, gemaakt van metalen gaas en met slab ter bescherming van de hals. Maskers met een plexi-glazen vizier zijn ook toegestaan.

Traditioneel is de kleur van de uitrusting wit, om het makkelijker te maken voor de scheidsrechters om de treffers te zien. Dat kan wellicht worden teruggevoerd naar de tijd voor elektrische trefferaanduiding, toen soms roet of gekleurd krijt werd aangebracht aan de klingen om treffers op de kledij van de tegenstander aan te duiden. Recent zijn de FIE-regels wat versoepeld zodat ook kleuren worden toegelaten. Zwart is de traditionele kleur voor schermmeesters, en dus niet toegestaan voor schermers.

 Praktijk van het schermen

Bij het begin en het einde van elke wedstrijd groeten de schermers elkaar, de scheidsrechter en het publiek.

Wedstrijden worden geschermd op een loper (ook wel piste genoemd), waarop de twee schermers tegenover elkaar staan. In het moderne schermen is de loper tussen 1,5 en 2 meter breed, en 14 meter lang. De schermers vatten het gevecht aan tegen de stellinglijnen, vier meter van elkaar, in de schermhouding, beter bekend als de positie en garde.

Een scheidsrechter (vroeger de Voorzitter van de jury genoemd) leidt het gevecht en staat langs de zijlijn van de piste. De taken van de scheidsrechter zijn onder meer het bijhouden van de score en de tijd, het toekennen van punten en sancties en het bewaren van de orde op en rond de piste. De scheidsrechter wordt optioneel geassisteerd door twee baanrechters, een puntenteller en tijdwaarnemer.

 Er bestaan twee vormen van competitie: individueel en per equipe (ploeg).

Een equipe bestaat uit drie schermers en eventueel één reserve. Een ploegenconfrontatie wordt afgewerkt volgens het Italiaanse systeem. Dit betekent dat de drie schermers van ploeg A het opnemen tegen elk van de drie schermers van ploeg B, en dit in een relais-formule in blokken van 5 treffers. De volgorde van de gevechten wordt vooraf bepaald door de schermers zelf. Elke relais duurt maximum 3 minuten. De ploeg die als eerste 45 punten scoort, of leidt bij het verstrijken van de tijd, wint het gevecht.

Bij individuele wedstrijden – de meest voorkomende vorm van competitie – bestaan er verschillende formules.

· Het gevecht op 5 treffers in een tijdsspanne van maximum 3 minuten effectieve schermtijd

· Het gevecht op 15 treffers in een tijdsspanne van maximum 3 x 3 minuten effectieve schermtijd, telkens onderbroken door 1 minuut rusttijd (degen en floret)

· Het gevecht op 15 treffers met een onderbreking van 1 minuut bij het bereiken van de 8e treffer (sabel)

· Het gevecht op 1 treffer (degen bij moderne vijfkamp)

Het gevecht wordt door de scheidsrechter onderbroken indien er een treffer wordt gezet, een niet-reglementaire beweging wordt uitgevoerd, wanneer de lichamen van de schermers elkaar raken of een voet van één der schermers de grenzen van het terrein overschrijdt.

Twee zaken bepalen de positie van het wapen: (1) de plaatsing van de kling ten opzichte van de hand (het uiteinde van de kling hoger/lager dan de hand) en (2) de houding van de hand (met de vingers omhoog (supinatie), of met de vingers omlaag (pronatie)). Het schermen kent zo een achttal basisposities: prime, seconde, tierce, quarte, quinte, sixte, septime en octave. Zo wordt bij quinte het uiteinde van het lemmet hoger dan de hand gehouden, met de vingers omlaag (pronatie); bij octave wordt het uiteinde van het lemmet lager dan de hand gehouden, met de vingers omhoog (supinatie). Gecombineerd vormen deze basisposities de belangrijkste parades. Vier lijnen, twee hoge en twee lage, verdelen het bovenlijf van de schermer in een achttal segmenten. De basisposities corresponderen met een achttal plekken op het bovenlichaam van de tegenstander. De eerdergenoemde quinte en octave zijn gericht op respectievelijk het gebied linksboven en het gebied rechtsbeneden op het bovenlichaam. Controle over het wapen wordt uitgeoefend met de vingers, dit om tegemoet te komen aan de subtiliteit.

Controle over het wapen wordt uitgeoefend met de vingers, dit om tegemoet te komen aan de subtiliteit.